Geen bescherming voor Sparkasse onder artikel 31 IVO bij na faillissement ontstane verbintenissen
Een schuldenaar opent tijdens zijn faillissement een rekening bij de Duitse bank Sparkasse. De curator vordert betaling van de bedragen die vanaf die rekening naar derden zijn overgemaakt. Sparkasse doet een beroep op artikel 31 IVO, maar het hof oordeelt dat dit artikel niet opgaat, omdat de betalingen niet zijn uitgevoerd ten gunste van de schuldenaar. Daarnaast volgt uit jurisprudentie van het Hof van Justitie dat alleen een beroep kan worden gedaan op artikel 31 IVO als de rechtshandeling naar Nederlands recht kan worden tegengeworpen aan de boedel. Dat is niet het geval, omdat de betalingsopdrachten tijdens faillissement zijn gegeven en artikel 52 lid 1 Fw alleen bescherming biedt voor het nakomen van verbintenissen die voor de faillietverklaring zijn ontstaan. Het hof laat het vonnis van de rechtbank, waarin is geoordeeld dat de bank de overgemaakt bedragen aan de curator moet afdragen, in stand.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 13-01-2026