Naar boven ↑

Update

Nummer 1, 2026
Uitspraken van 19-12-2025 tot 8 januari 2026
Redactie: prof. mr. E.C.H.J. Lokin, mr. H.J. de Kloe, mr. E. Ayerdem, mr. R.J.H. Berghuis, mr. J.O. Bijloo, mr. S.J. van den Boogert, mr. H. Boven, mr. A.D. van Dalen, mr. J. van den Dolder, mr. N. Gamliël, mr. C.M.A. Knoben, mr. I.F.M. Lakwijk, mr. K.C.S. Meekes, mr. A.M.H. Nolte, mr. J.E. van Nuland, mr. W.P.IJ. Overgoor, mr. M. Pinar, mr. B.S. Pronk, mr. dr. S. Renssen, mr. D.R.C. Smit, mr. W.T.N. Vlasveld, mr. J.H.M. van de Wiel en mr. S. Zonneveld.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.

Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.

Hoge Raad 12 december 2025, INS 2026-0009
ING had een pandrecht op de vorderingen van de failliete vennootschap Wenable B.V. Tijdens faillissement werden forse bedragen uit de NOW- en TVL-regeling op de rekening die Wenable aanhield bij ING gestort. De curator meent dat vorderingen die verband houden met coronasubsidies niet verpandbaar zijn. De Hoge Raad oordeelt dat vorderingen uit hoofde van coronasteunmaatregelen conform het uitgangspunt van artikel 3:83 lid 3 BW overdraagbaar en daarmee verpandbaar zijn. De aard van vorderingen op de overheid uit subsidieregelingen verzet zich niet zonder meer tegen overdraagbaarheid en de vorderingen hebben geen inherent persoonlijk karakter.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 december 2025, INS 2026-0001
Drie (voormalig) bestuurders van de failliete vennootschap Rozenhof B.V., die zich bezighield met wijkverpleging, zijn door de rechtbank aansprakelijk gehouden en zijn veroordeeld tot betaling van een voorschot van € 1 miljoen. Een van de bestuurders heeft een regeling getroffen met de curator, waarop zijn hoger beroep is geroyeerd. De andere twee bestuurders, een moeder en dochter, handhaven het hoger beroep. Het hof oordeelt dat de moeder aansprakelijk is op grond van artikel 2:248 BW. De deponeringsplicht is geschonden, maar ook materieel is sprake van onbehoorlijke taakvervulling die het faillissement heeft veroorzaakt. Uit onderzoeken van zorgverzekeraars blijkt namelijk van diverse onregelmatigheden, waardoor de zorgverzekeraars hebben geweigerd declaraties uit te betalen en betaalde declaraties hebben teruggevorderd. De bestuursperiode van de dochter valt grotendeels buiten de driejaarstermijn van lid 6 van artikel 2:248 BW. De dochter is wel aansprakelijk op grond van artikel 2:9 BW. Het hof matigt de aansprakelijkheid van de bestuurders op grond van artikel 2:248 lid 4 respectievelijk artikel 6:109 BW, omdat een groot deel van de in het faillissement ingediende vorderingen bestaat uit vorderingen van zorgverzekeraars. Die vorderingen zijn door de verzekeraars onvoldoende onderbouwd, terwijl de curator geen kritische vragen heeft gesteld over de vorderingen. Ook overigens roept de wijze waarop het faillissement wordt afgewikkeld vragen op. De aansprakelijkheid wordt gematigd tot € 200.000.

Rechtbank Limburg 3 december 2025, INS 2025-0255
De curator van MusquitNo B.V. vorderde op grond van artikel 47 Fw een bedrag terug dat een schuldeiser, nadat hij het faillissement heeft aangevraagd, heeft verhaald op het vermogen van MusquitNo door het leggen van executoriaal derdenbeslag. Onder uitgebreide verwijzing naar de wetsgeschiedenis oordeelt de rechtbank dat artikel 47 Fw niet van toepassing is op de tenuitvoerlegging van een vonnis door het leggen van executoriaal beslag.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates

Hoge Raad

Hof

Rechtbank