Naar boven ↑

Update

Nummer 12, 2026
Uitspraken van 29 mei 2026 tot 11 juni 2026
Redactie: prof. mr. E.C.H.J. Lokin, mr. H.J. de Kloe, mr. E. Ayerdem, mr. R.J.H. Berghuis, mr. J.O. Bijloo, mr. S.J. van den Boogert, mr. H. Boven, mr. A.D. van Dalen, mr. J. van den Dolder, mr. N. Gamliƫl, mr. C.M.A. Knoben, mr. I.F.M. Lakwijk, mr. K.C.S. Meekes, mr. A.M.H. Nolte, mr. J.E. van Nuland, mr. W.P.IJ. Overgoor, mr. M. Pinar, mr. B.S. Pronk, mr. dr. S. Renssen, mr. D.R.C. Smit, mr. W.T.N. Vlasveld, mr. J.H.M. van de Wiel en mr. S. Zonneveld.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.

Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.

Hoge Raad 29 mei 2026, INS 2026-0113
Zeven vennootschappen behorend tot dezelfde groep zijn failliet verklaard. De curator heeft een derde vervolgens met succes op grond van een Peeters/Gatzen-vordering aansprakelijk gesteld. De schade bestond voor een groot deel uit door de Ontvanger ingediende belastingvorderingen. In cassatie speelt de vraag of de Ontvanger onrechtmatig heeft gehandeld door het indienen of handhaven van de belastingvorderingen. De Hoge Raad overweegt dat de materiële verschuldigdheid van een belastingvordering bij de burgerlijke rechter moet kunnen betwist door een derde die rechtstreeks door de Ontvanger aansprakelijk wordt gesteld voor de schuld van een ander of een derde die zich tegelijk met de Ontvanger verhaalt op vermogen van de schuldenaar. Als voor de derde geen bestuursrechtelijke rechtsgang heeft opengestaan, staat de formele rechtskracht daaraan niet in de weg. In deze uitspraak is dat niet aan de orde. Ook dan kan de burgerlijke rechter onrechtmatigheid aannemen als de Ontvanger ten tijde van het indienen dan wel het handhaven van de vordering kennis droeg van feiten en omstandigheden op grond waarvan de Ontvanger in redelijkheid niet kon oordelen dat de belastingaanslagen materieel verschuldigd waren, maar hiermee moet terughoudend worden omgegaan.

Gerechtshof Amsterdam 12 mei 2026, INS 2026-0116
Een trustbestuurder is aansprakelijk op grond van artikel 2:9 BW voor het onbetaald laten van een belastingschuld, terwijl via de vennootschap USD 200 miljoen is weggesluisd. Een beroep op verleende decharge is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Het hof matigt de aansprakelijkheid fors, onder meer vanwege de geringe beloning van de bestuurder en het ontbreken van persoonlijk voordeel. Overigens heeft de bestuurder tegenover het FD (8 juni 2026, p. 8) verklaard dat ‘de Russen’ die ‘achter de vennootschap zaten’ hem hebben gevrijwaard. De trustbestuurder: ‘Die lachen zich – plat gezegd – toch de ballen uit de broek? Die hebben tweehonderd miljoen uit de tent gehaald en nu moeten ze een paar ton betalen in Nederland. Die trekken de champagne open, en ik heb de spijkers uit het vuur gehaald.’

Rechtbank Limburg 29 april 2026, INS 2026-0114
De curator stelt de (indirecte) bestuurders van een transportbedrijf aansprakelijk op grond van artikel 2:248 BW. De rechtbank overweegt dat de administratieplicht is geschonden. Toch zijn de bestuurders niet aansprakelijk, omdat ze een andere belangrijke oorzaak van het faillissement aannemelijk hebben gemaakt. Ze hebben goed gemotiveerd dat de markt goede kansen leek te bieden bij de start van de onderneming, maar gaandeweg verslechterde door gestegen brandstofprijzen en personeelskosten, terwijl vaste prijsafspraken doorberekening verhinderden. Onvoorziene reparatiekosten en onbetaalde facturen deden de rest.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates

Hoge Raad

Hof

Rechtbank