Naar boven ↑

Update

Nummer 15, 2026
Uitspraken van 10 juli 2026 tot Vandaag
Redactie: prof. mr. E.C.H.J. Lokin, mr. H.J. de Kloe, mr. E. Ayerdem, mr. R.J.H. Berghuis, mr. J.O. Bijloo, mr. S.J. van den Boogert, mr. H. Boven, mr. A.D. van Dalen, mr. J. van den Dolder, mr. N. Gamliƫl, mr. C.M.A. Knoben, mr. I.F.M. Lakwijk, mr. K.C.S. Meekes, mr. A.M.H. Nolte, mr. J.E. van Nuland, mr. W.P.IJ. Overgoor, mr. M. Pinar, mr. B.S. Pronk, mr. dr. S. Renssen, mr. D.R.C. Smit, mr. W.T.N. Vlasveld, mr. J.H.M. van de Wiel en mr. S. Zonneveld.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.

Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.

Hoge Raad 3 juli 2026, INS 2026-0153
In deze renvooiprocedure vordert de eiseres erkenning van twee vorderingen die aan haar zouden zijn gecedeerd. Een curator heeft namelijk vorderingen aan haar overgedragen ‘voor zover deze hem bekend waren of redelijkerwijs bekend konden zijn’. Het hof oordeelde dat deze omschrijving niet aan het bepaaldheidsvereiste voldoet, omdat de bekendheid van de curator met de vorderingen niet aan de hand van objectieve gegevens kan worden vastgesteld. De Hoge Raad overweegt dat het bepaaldheidsvereiste van artikel 3:84 lid 2 BW niet strikt mag worden uitgelegd. Voor overdracht van vorderingen is noodzakelijk, maar ook voldoende, dat de akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand van objectieve gegevens kan worden vastgesteld om welke vorderingen het gaat. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep: het oordeel van het hof dat niet aan het bepaaldheidsvereiste is voldaan, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Rechtbank Rotterdam 1 juli 2026, INS 2026-0152
Nadat een schuldeiser de voorzieningenrechter heeft verzocht verpande aandelen onderhands over te dragen aan een (aan de schuldeiser gelieerde) kandidaat-koper, heeft de aandeelhouder verzocht om de afkondiging van een WHOA-afkoelingsperiode. De aandeelhouder is gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. De schuldeiser voert aan dat er een lang voortraject is geweest waaruit is gebleken dat geen enkele partij bereid is meer te investeren dan de overnameprijs die is voorgelegd aan de voorzieningenrechter. Daar komt bij dat de uitvoerbaarheid van een eventueel akkoord onmogelijk is vanwege de Gibbs-rule, op grond waarvan de vordering van de schuldeiser alleen door een Engelse rechter kan worden geherstructureerd. De rechtbank wijst het verzoek af. Vanwege het voortraject en de stand van de procedure bij de voorzieningenrechter is er geen plaats voor een afkoelingsperiode. Ook is niet aannemelijk dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers zijn gediend bij toewijzing van het verzoek. Van een concreet plan is geen sprake, het is niet waarschijnlijk dat de reorganisatiewaarde hoger is dan de overnameprijs en vanwege de Gibbs-rule is van een reëel uitzicht op een uitvoerbaar akkoord niet summierlijk gebleken.

Rechtbank Den Haag 5 juni 2026, INS 2026-0159
Een schuldenaar stelt verzet in tegen zijn faillietverklaring. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. De schuldenaar is op de zitting verschenen en heeft verzocht om een aanhouding van drie weken. Dit verzoek is toegewezen. Op de voortzetting van de behandeling is de schuldenaar niet verschenen. De rechtbank verklaart de schuldenaar niet-ontvankelijk in zijn verzet. Verzet kan slechts worden ingesteld door de schuldenaar als hij niet is gehoord (art. 8 lid 2 Fw). De rechtbank overweegt dat een schuldenaar is gehoord als hij verschijnt op de eerste behandeling bij de rechtbank en daar de mogelijkheid heeft gehad om verweer te voeren. Dat is hier gebeurd.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates

Hoge Raad

Hof

Rechtbank