Naar boven ↑

Update

Nummer 17, 2026
Uitspraken van 7 augustus 2026 tot 20 augustus 2026
Redactie: prof. mr. E.C.H.J. Lokin, mr. H.J. de Kloe, mr. E. Ayerdem, mr. R.J.H. Berghuis, mr. J.O. Bijloo, mr. S.J. van den Boogert, mr. H. Boven, mr. A.D. van Dalen, mr. J. van den Dolder, mr. N. Gamliël, mr. C.M.A. Knoben, mr. I.F.M. Lakwijk, mr. K.C.S. Meekes, mr. A.M.H. Nolte, mr. J.E. van Nuland, mr. W.P.IJ. Overgoor, mr. M. Pinar, mr. B.S. Pronk, mr. dr. S. Renssen, mr. D.R.C. Smit, mr. W.T.N. Vlasveld, mr. J.H.M. van de Wiel en mr. S. Zonneveld.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.

Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.

Gerechtshof Amsterdam 28 juli 2026, INS 2026-0185
Het hof oordeelt op een faillissementsaanvraag dat summierlijk is gebleken dat een geturboliquideerde vennootschap nog baten heeft. De jaarrekeningen zijn vanaf de oprichting niet gedeponeerd, zodat de bestuurder in beginsel aansprakelijk is voor het boedeltekort (art. 2:248 BW). Verder is de aanvrager van het faillissement niet op de hoogte gesteld van de turboliquidatie en heeft de vennootschap hierover onvoldoende transparantie betracht. Tot slot is de vennootschap betrokken bij een omvangrijke fraudezaak, wat ook een aanleiding is voor de aanstelling van een curator. Het hof spreekt het faillissement uit.

Gerechtshof Den Haag 14 juli 2026, INS 2026-0182
De curatoren van OAD vorderen van SGR terugbetaling van € 7 miljoen die SGR na het faillissement van OAD onder een bankgarantie heeft getrokken. Zij stellen dat analogische toepassing van artikel 54 Fw zich tegen het trekken van de bankgarantie verzet. Het hof komt aan die vraag niet toe, omdat het beroep van SGR op verjaring slaagt. De curatoren waren eind september 2013 bekend met de relevante feiten en omstandigheden en SGR als aansprakelijke partij, terwijl zij SGR pas op 10 oktober 2018 voor het eerst aansprakelijk hebben gesteld.

Rechtbank Limburg 17 juni 2026, INS 2026-0175
De rechtbank oordeelt dat een distributeur die goederen onder eigendomsvoorbehoud geleverd krijgt, een eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde verkrijgt. In lijn met HR Rabobank/Reuser kan deze verkrijger de goederen vervolgens zelf aan een afnemer doorleveren onder een door hem bedongen eigendomsvoorbehoud. Omdat de afnemer de facturen niet volledig betaalde, kon de distributeur zijn eigendomsvoorbehoud uitoefenen, waarna de afnemer geen onvoorwaardelijke eigendom verkreeg. De curator vist daardoor achter het net met zijn vordering tegen de oorspronkelijke leverancier die de voorraad vóór faillissement had teruggehaald.

Rechtbank Midden-Nederland 11 maart en 1 april 2026, INS 2026-0180 en INS 2026-0187
Bij een verlenging van een afgekondigde WHOA-afkoelingsperiode kan de rechtbank de periode laten aansluiten op de eerdere termijn. Van schuldeisers wordt verwacht dat zij de afkoelingsperiode respecteren totdat op het verlengingsverzoek is beslist. In beginsel is een tijdelijke voorziening daarom niet nodig.
Bij het verlengingsverzoek moet de rechtbank beoordelen of belangrijke vooruitgang is geboekt in de totstandkoming van het akkoord. De schuldenaar moet daarom wel voorbereidingen treffen voor de aanbieding van een akkoord. De afkoelingsperiode is niet bedoeld om uitsluitend de verkoop van aandelen te faciliteren.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates

Hof

Rechtbank

Antillen