Naar boven ↑

Update

Nummer 18, 2026
Uitspraken van 21 augustus 2026 tot 3 september 2026
Redactie: prof. mr. E.C.H.J. Lokin, mr. H.J. de Kloe, mr. E. Ayerdem, mr. R.J.H. Berghuis, mr. J.O. Bijloo, mr. S.J. van den Boogert, mr. H. Boven, mr. A.D. van Dalen, mr. J. van den Dolder, mr. N. Gamliël, mr. C.M.A. Knoben, mr. I.F.M. Lakwijk, mr. K.C.S. Meekes, mr. A.M.H. Nolte, mr. J.E. van Nuland, mr. W.P.IJ. Overgoor, mr. M. Pinar, mr. B.S. Pronk, mr. dr. S. Renssen, mr. D.R.C. Smit, mr. W.T.N. Vlasveld, mr. J.H.M. van de Wiel en mr. S. Zonneveld.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.

Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.

Rechtbank Overijssel 19 augustus 2026, INS 2026-0193
De curator van Serenotex B.V. houdt de twee bestuurders, die ook levenspartners zijn, aansprakelijk op grond van artikel 2:248 BW. De rechtbank oordeelt dat de boekhoudplicht is geschonden. Daarmee staat vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Ter weerlegging van dit vermoeden wijzen de bestuurders onder meer op een mislukte order, de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne. De rechtbank verwerpt dit beroep, omdat de vennootschap al vanaf de overname van een noodlijdende onderneming in 2016 niet levensvatbaar was. De bestuurders worden veroordeeld tot betaling van het boedeltekort en moeten een voorschot van € 700.000 betalen.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 juli 2026, INS 2026-0192
De rechtbank heeft een bestuurder aansprakelijk gehouden voor het faillissementstekort van TTC Grevelingendam B.V. De bestuurder heeft hoger beroep ingesteld en vordert bij incident schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring. Om die vordering te beoordelen moet, als de beslissing van de rechtbank niet op een kennelijke misslag berust, een belangenafweging worden gemaakt. Het hof wijst de vordering af, nu de curator belang heeft bij executie van het vonnis terwijl het restitutierisico is ondervangen doordat de curator heeft toegezegd geïncasseerde bedragen te separeren en terug te betalen aan de bestuurder als het vonnis in hoger beroep wordt vernietigd. De bestuurder heeft gesteld dat executie tot onomkeerbare persoonlijke schade leidt, maar deze stelling is onvoldoende onderbouwd.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 12 mei 2026, INS 2026-0194
Na cessie van een tot de boedel behorende vordering door de curator beroepen de schuldenaren zich op verrekening met hun eigen vorderingen op de gefailleerde. Het hof oordeelt dat artikel 53 lid 3 Fw overeenkomstig van toepassing is op de cessionaris, zodat de gegrondheid van de tegenvorderingen moet worden beoordeeld, ook als deze tegenvordering niet eenvoudig is vast te stellen (art. 6:136 BW). Het beroep op verrekening slaagt uiteindelijk niet. Weliswaar is de tegenvordering in eerste aanleg vastgesteld en is de procedure in hoger beroep geschorst, maar de grondslagen waarop de vordering is gebaseerd zijn inhoudelijk verworpen.

Rechtbank Noord-Nederland 19 februari, INS 2026-0195. Met wenk
Naar aanleiding van een getroffen schikking legt de rechtbank op grond van artikel 106a lid 1 sub a Fw een bestuursverbod op van vijf jaar. In de wenk wordt gesteld dat dit in strijd is met de letter van de wet, maar wel een pragmatische handelswijze is die navolging verdient.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates

Hof

Rechtbank