Naar boven ↑

Update

Nummer 2, 2026
Uitspraken van 9 januari 2026 tot 22 januari 2026
Redactie: prof. mr. E.C.H.J. Lokin, mr. H.J. de Kloe, mr. E. Ayerdem, mr. R.J.H. Berghuis, mr. J.O. Bijloo, mr. S.J. van den Boogert, mr. H. Boven, mr. A.D. van Dalen, mr. J. van den Dolder, mr. N. Gamliël, mr. C.M.A. Knoben, mr. I.F.M. Lakwijk, mr. K.C.S. Meekes, mr. A.M.H. Nolte, mr. J.E. van Nuland, mr. W.P.IJ. Overgoor, mr. M. Pinar, mr. B.S. Pronk, mr. dr. S. Renssen, mr. D.R.C. Smit, mr. W.T.N. Vlasveld, mr. J.H.M. van de Wiel en mr. S. Zonneveld.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.

Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.

Rechtbank Gelderland 17 december 2025, INS 2026-0019
Een natuurlijke persoon (‘de schuldenaar’) exploiteerde een transportbedrijf en had op een gegeven moment ook een bv opgericht. Nadat het pensioenfonds een faillissementsverzoek indiende tegen de schuldenaar, deed de schuldenaar een verzoek tot toelating tot de WSNP. Uiteindelijk is dit WSNP-verzoek afgewezen en is het faillissementsverzoek toegewezen. Tussen het faillissementsverzoek en de faillietverklaring zat ruim een half jaar. In die periode heeft de schuldenaar bijna € 300.000 ontvangen van opdrachtgevers, waarvan € 200.000 is doorgestort naar de bv. De rechtbank oordeelt dat de curator deze betalingen terecht heeft vernietigd. Of de betalingen verplicht of onverplicht waren, is niet relevant, omdat aan de vereisten van zowel artikel 42 Fw als artikel 47 Fw is voldaan. De stelling dat de betalingen zagen op de uitvoering van transportwerkzaamheden en dat de betalingen gedaan zijn zodat de schuldenaar zijn contracten met derden kon nakomen, is onvoldoende onderbouwd. Onduidelijk is waarom de schuldenaar de activiteiten niet zelf had kunnen voortzetten.

Rechtbank Midden-Nederland 12 november 2025, INS 2026-0015
De curatoren van een vennootschap hebben verzocht om een procesmachtiging om voor 118 concurrente schuldeisers een procedure te starten tegen onder meer Rabobank. De rechter-commissaris heeft de procesmachtiging geweigerd, waarop de curatoren hoger beroep hebben ingesteld. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de rechter-commissaris de procesmachtiging terecht geweigerd. Curatoren moeten zich in beginsel laten leiden door het boedelbelang. Waarom de curatoren als uitzondering op dit uitgangspunt in dit geval de belangen van individuele schuldeisers zouden moeten behartigen, hebben de curatoren onvoldoende toegelicht. Omdat niet duidelijk is of de curatoren kunnen opkomen voor een beperkte groep schuldeisers is het procesrisico hoog. Verder zijn de kosten in verhouding tot de maximale door de boedel te ontvangen vergoeding hoog en leidt een procedure tot vertraging van de afwikkeling van het faillissement, terwijl het faillissement nu al lang duurt.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 26 augustus 2025, INS 2026-0012
Een bestuurder heeft namens een bv eigen aangifte gedaan van het faillissement. De curator meent dat daarmee misbruik van bevoegdheid is gepleegd, omdat de vennootschap nauwelijks baten had. De curator spreekt de bestuurder daarom aan op grond van onrechtmatige daad. Net als de rechtbank wijst het hof de vordering af. Naar het oordeel van de rechtbank had de bestuurder belang bij een transparante afwikkeling van het vermogen van de vennootschap en een onderzoek door een curator naar het handelen van de bestuurder en mogelijke benadeling van schuldeisers. Bij deze wijze van afwikkeling zal een schuldeiser de bestuurder minder snel aansprakelijk stellen dan bij een turboliquidatie.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen klantenservice@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates

Hoge Raad

Hof

Rechtbank