Naar boven ↑

Update

Nummer 20, 2026
Uitspraken van 18 september 2026 tot 1 oktober 2026
Redactie: prof. mr. E.C.H.J. Lokin, mr. H.J. de Kloe, mr. E. Ayerdem, mr. R.J.H. Berghuis, mr. J.O. Bijloo, mr. S.J. van den Boogert, mr. H. Boven, mr. A.D. van Dalen, mr. J. van den Dolder, mr. N. Gamliël, mr. C.M.A. Knoben, mr. I.F.M. Lakwijk, mr. K.C.S. Meekes, mr. A.M.H. Nolte, mr. J.E. van Nuland, mr. W.P.IJ. Overgoor, mr. M. Pinar, mr. B.S. Pronk, mr. dr. S. Renssen, mr. D.R.C. Smit, mr. W.T.N. Vlasveld, mr. J.H.M. van de Wiel en mr. S. Zonneveld.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.

Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.

Gerechtshof Amsterdam 9 september 2026, INS 2026-0213
Een eigenaar verhuurt een woning aan een onderneming, die de woning met toestemming van de eigenaar onderverhuurt aan woningdelers. Nadat de onderneming failliet is verklaard, zegt de eigenaar de hoofdhuurovereenkomst op grond van artikel 39 Fw op. De eigenaar vordert vervolgens in kort geding ontruiming door de enige achtergebleven onderhuurder, omdat deze volgens de eigenaar slechts een kamer huurt en daarom geen onderhuurbescherming heeft. Het hof volgt de eigenaar daarin en bekrachtigt de veroordeling tot ontruiming.

Rechtbank Limburg 9 september 2026, INS 2026-0218. Met wenk
Een curator vernietigt een betaling aan een familielid van de bestuurder op grond van de faillissementspauliana. Volgens de curator was de betaling onverplicht omdat de factuur direct werd voldaan, terwijl de betalingstermijn nog niet was verstreken. De kantonrechter volgt dat niet. Een op een factuur vermelde vervaldatum is geen opschortende tijdsbepaling en brengt niet mee dat de onderliggende vordering pas na afloop van die termijn opeisbaar wordt. Een betaling binnen die termijn is daarom geen onverplichte rechtshandeling. Daarnaast heeft de curator onvoldoende onderbouwd dat geen contractuele betalingsverplichting bestond. De curator heeft de betaling dus niet rechtsgeldig vernietigd op grond van artikel 42 Fw.

Rechtbank Overijssel 2 september 2026, INS 2026-0215
Een curator in het faillissement van een dochtervennootschap spreekt de moedervennootschap aan uit hoofde van een vermeende 403-verklaring, zowel ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers als voor zijn eigen salaris. De rechtbank oordeelt dat de curator niet aan zijn stelplicht heeft voldaan, omdat hij de 403-verklaring niet in het geding heeft gebracht. Daar komt bij dat de curator geen vordering uit hoofde van de 403-verklaring kan instellen ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers, omdat een 403-verklaring alleen afgegeven hoeft te worden voor schuldeisers met een vordering uit een rechtshandeling. De Belastingdienst is een van de schuldeisers in het faillissement en heeft een uit de wet voortvloeiende vordering. Ook de vordering tot betaling van het salaris van de curator vloeit voort uit de wet en valt daarom niet onder de reikwijdte van de 403-verklaring.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates

Hof

Rechtbank