Update
Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.
Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.
Gerechtshof Amsterdam 9 september 2026, INS 2026-0213
Een eigenaar verhuurt een woning aan een onderneming, die de woning met toestemming van de eigenaar onderverhuurt aan woningdelers. Nadat de onderneming failliet is verklaard, zegt de eigenaar de hoofdhuurovereenkomst op grond van artikel 39 Fw op. De eigenaar vordert vervolgens in kort geding ontruiming door de enige achtergebleven onderhuurder, omdat deze volgens de eigenaar slechts een kamer huurt en daarom geen onderhuurbescherming heeft. Het hof volgt de eigenaar daarin en bekrachtigt de veroordeling tot ontruiming.
Rechtbank Limburg 9 september 2026, INS 2026-0218. Met wenk
Een curator vernietigt een betaling aan een familielid van de bestuurder op grond van de faillissementspauliana. Volgens de curator was de betaling onverplicht omdat de factuur direct werd voldaan, terwijl de betalingstermijn nog niet was verstreken. De kantonrechter volgt dat niet. Een op een factuur vermelde vervaldatum is geen opschortende tijdsbepaling en brengt niet mee dat de onderliggende vordering pas na afloop van die termijn opeisbaar wordt. Een betaling binnen die termijn is daarom geen onverplichte rechtshandeling. Daarnaast heeft de curator onvoldoende onderbouwd dat geen contractuele betalingsverplichting bestond. De curator heeft de betaling dus niet rechtsgeldig vernietigd op grond van artikel 42 Fw.
Rechtbank Overijssel 2 september 2026, INS 2026-0215
Een curator in het faillissement van een dochtervennootschap spreekt de moedervennootschap aan uit hoofde van een vermeende 403-verklaring, zowel ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers als voor zijn eigen salaris. De rechtbank oordeelt dat de curator niet aan zijn stelplicht heeft voldaan, omdat hij de 403-verklaring niet in het geding heeft gebracht. Daar komt bij dat de curator geen vordering uit hoofde van de 403-verklaring kan instellen ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers, omdat een 403-verklaring alleen afgegeven hoeft te worden voor schuldeisers met een vordering uit een rechtshandeling. De Belastingdienst is een van de schuldeisers in het faillissement en heeft een uit de wet voortvloeiende vordering. Ook de vordering tot betaling van het salaris van de curator vloeit voort uit de wet en valt daarom niet onder de reikwijdte van de 403-verklaring.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.
Met vriendelijke groet,
Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates
Hof
- Gerechtshof Amsterdam Een eigenaar verhuurt een woning aan een onderneming, die de woning met toestemming van de eigenaar onderverhuurt aan woningdelers. Nadat de onderneming failliet is verklaard, zegt de eigenaar de hoofdhuurovereenkomst op grond van artikel 39 Fw op. De eigenaar vordert vervolgens in kort geding ontruiming door de enige achtergebleven onderhuurder, omdat deze volgens de eigenaar slechts een kamer huurt en daarom geen onderhuurbescherming heeft. Het hof volgt de eigenaar daarin en bekrachtigt de veroordeling tot ontruiming. 03-09-2026
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Uit de jaarrekeningen over 2021 tot en met 2024 blijkt dat de kortlopende schulden van de schuldenaar flink zijn opgelopen. Ter zitting is verklaard dat het gaat om vorderingen van de twee bestuurders uit hoofde van managementfee. Deze vorderingen zijn niet opeisbaar. Het hof overweegt dat aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, omdat opeisbaarheid daarvoor niet noodzakelijk is. Omdat ook aan de andere voorwaarden voor de faillietverklaring is voldaan, spreekt het hof het faillissement uit. 14-07-2026
- Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam In deze enquêteprocedure staat de vraag centraal of twee vennootschappen en hun voormalig bestuurder ontvankelijk zijn in hun verzoek tot het gelasten van een enquête. Desbetreffende bestuurder was voorafgaand aan het indienen van het enquêteverzoek als bestuurder geschorst en vervolgens ontslagen. De nieuw benoemde bestuurder is de curator van de gefailleerde enig aandeelhouder van de vennootschappen. De ontslagen bestuurder is op zijn beurt enig aandeelhouder van deze gefailleerde vennootschap. De nieuwe bestuurder verzoekt namens de vennootschappen eveneens om een enquête naar het beleid en de gang van zaken binnen deze vennootschappen. De OK oordeelt dat de vennootschappen niet-ontvankelijk zijn, omdat de ontslagen bestuurder ten tijde van het indienen van het verzoek niet langer bevoegd was om hen te vertegenwoordigen. Van de uitzondering waarbij een ontslag uitsluitend is gebruikt om het enquêterecht te frustreren, is volgens de OK onvoldoende gebleken. Ook de ontslagen bestuurder zelf is niet-ontvankelijk. Hoewel een verschaffer van risicodragend kapitaal onder omstandigheden met een aandeelhouder kan worden gelijkgesteld, is daarvan hier geen sprake. Tot slot wordt ook het zelfstandig enquêteverzoek van de nieuwe bestuurder niet inhoudelijk behandeld, omdat er onvoldoende belang bestaat bij een enquête en niet is gewaarborgd dat het onderzoek kan worden gefinancierd. 09-04-2026
Rechtbank
- Rechtbank Overijssel Een gefailleerde heeft zonder bijstand van een advocaat hoger beroep ingesteld op grond van artikel 67 Fw tegen een beslissing van de rechter-commissaris op een artikel 69-verzoek. De griffie heeft laten weten dat het verzoekschrift moet worden ingediend door een advocaat, maar de gefailleerde is het hier niet mee eens en vraagt het verzoekschrift toch in behandeling te nemen. De rechtbank verklaart de gefailleerde niet-ontvankelijk, omdat procesvertegenwoordiging op grond van artikel 5 lid 1 Fw wel degelijk verplicht is. 10-09-2026
- Rechtbank Limburg Een curator vernietigt een betaling aan een familielid van de bestuurder op grond van de faillissementspauliana. Volgens de curator was de betaling onverplicht omdat de factuur direct werd voldaan, terwijl de betalingstermijn nog niet was verstreken. De kantonrechter volgt dat niet. Een op een factuur vermelde vervaldatum is geen opschortende tijdsbepaling en brengt niet mee dat de onderliggende vordering pas na afloop van die termijn opeisbaar wordt. Een betaling binnen die termijn is daarom geen onverplichte rechtshandeling. Daarnaast heeft de curator onvoldoende onderbouwd dat geen contractuele betalingsverplichting bestond. 09-09-2026
- Rechtbank Limburg Renvooiprocedure ter vaststelling van aanspraak op executieopbrengst van twee veilingen. 02-09-2026
- Rechtbank Overijssel Een curator in het faillissement van een dochtervennootschap spreekt de moedervennootschap aan uit hoofde van een vermeende 403-verklaring, zowel ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers als voor zijn eigen salaris. De rechtbank oordeelt dat de curator niet aan zijn stelplicht heeft voldaan, omdat hij de 403-verklaring niet in het geding heeft gebracht. Daar komt bij dat de curator geen vordering uit hoofde van de 403-verklaring kan instellen ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers, omdat een 403-verklaring alleen afgegeven hoeft te worden voor schuldeisers met een vordering uit een rechtshandeling. De Belastingdienst is een van de schuldeisers in het faillissement en heeft een uit de wet voortvloeiende vordering. Ook de vordering tot betaling van het salaris van de curator vloeit voort uit de wet en valt daarom niet onder de reikwijdte van de 403-verklaring. 02-09-2026
- Rechtbank Oost-Brabant De rechtbank staat verrekening toe van een schadevordering wegens het niet gestand doen van een overeenkomst na faillissement met na faillissement verschuldigde huurtermijnen uit een samenhangende overeenkomst. 02-09-2026
- Rechtbank Overijssel Een man betaalt tijdens zijn persoonlijke faillissement ruim € 13.000 aan zijn ex-echtgenote. De curator vordert terugbetaling van dit bedrag op grond van onverschuldigde betaling. De kantonrechter wijst die vordering toe: de man kon tijdens zijn faillissement niet meer over het tot de boedel behorende vermogen beschikken en heeft daarom onverschuldigd betaald. 01-09-2026
- Rechtbank Gelderland Een failliet meent dat de curator in hoger beroep moet procederen tegen een uitspraak van de belastingrechter. De curator zou onder meer een dateringsrapport over moeten leggen waaruit zou volgen dat bepaalde notulen authentiek waren. De rechtbank oordeelt dat niet duidelijk is waarom overleggen van het rapport tot een andere beslissing zou leiden. Bovendien volgt uit het rapport niet zonder meer dat de notulen inderdaad authentiek zijn. Voor het geval de failliet een beslissing wenst over de authenticiteit van de notulen overweegt de rechtbank dat dit een persoonlijk belang is, dat kan worden gediend met een artikel 69 Fw-verzoek. 30-07-2026
- Rechtbank Noord-Holland In een procedure tussen een pandhouder en de debiteur van een vermeend verpande vordering gelast de rechtbank de oproeping van de curator die het pandrecht vernietigde met een beroep op de faillissementspauliana. 17-06-2026