Update
Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.
Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.
Hoge Raad 2 oktober 2026, INS 2026-0224
Een vastgoedvennootschap heeft ten gunste van ING een pandrecht gevestigd op onder meer haar vorderingen op een huurder. In de algemene voorwaarden van ING staat dat zij bevoegd is een schikking te treffen met de debiteur van een verpande vordering. Na het faillissement van de vastgoedvennootschap heeft ING zonder instemming van de curator een schikking getroffen met de huurder, omdat de huurder vanwege gebreken aan het bedrijfspand weigerde de volledige achterstallige huur te betalen. De vraag die bij de Hoge Raad voorligt, is of aan een pandhouder met goederenrechtelijke werking de bevoegdheid kan worden toegekend schikkingen te treffen. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet mogelijk is. De wettelijke inningsbevoegdheid van de pandhouder omvat geen bevoegdheid tot kwijtschelding. Partijen kunnen een andersluidend beding wel overeenkomen, maar dit heeft geen goederenrechtelijke werking en houdt dus geen stand in faillissement.
Rechtbank Den Haag 16 september 2026, INS 2026-0227
Een vennootschap is een dag voor de faillissementszitting geturboliquideerd. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende duidelijk is geworden hoe het vermogen van de vennootschap is vereffend en spreekt daarom toch het faillissement uit. De rechtbank overweegt dat onduidelijk is wat met de vaste activa is gebeurd, dat de gestelde verkoop van de (vlottende) activa lastig is te rijmen met de stelling van de vennootschap dat zij nog bezig was opdrachten binnen te halen en dat de gestelde verkoop van de activa en besteding van de opbrengst niet met stukken is onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank is het daarmee voldoende aannemelijk dat er nog baten (kunnen) zijn. Omdat aan de voorwaarden voor faillietverklaring is voldaan, spreekt de rechtbank het faillissement uit.
Rechtbank Amsterdam 8 september 2026, INS 2026-0230
Een aantal vennootschappen heeft onder de WHOA een verzoekschrift ingediend tot afkondiging van een afkoelingsperiode, mede om te voorkomen dat ING een op 1 september 2026 verschuldigde aflossing op een lening incasseert. Een afschrift van het verzoekschrift wordt naar ING gestuurd. Ongeveer tien minuten voordat de rechtbank met terugwerkende kracht een afkoelingsperiode afkondigt, boekt ING de aflossing met rente ten laste van de rekening-courantfaciliteit. Daardoor wordt de kredietlimiet overschreden. De vennootschappen vorderen in kort geding dat ING het geïncasseerde bedrag terugstort en verplicht wordt om de kredietruimte onder de rekening-courantfaciliteit weer beschikbaar te stellen. De rechter wijst de vordering af. Ten eerste was de afkoelingsperiode niet afgekondigd toen ING de aflossing incasseerde. Ten tweede is het de vraag of de incasso kwalificeert als ‘verhaal’ in de zin van artikel 376 lid 2 onder a Fw, omdat de rente en aflossing zijn geboekt ten laste van een rekening-courantfaciliteit zodat de schuld aan ING per saldo gelijk bleef.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.
Met vriendelijke groet,
Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates
Hoge Raad
Rechtbank
- Rechtbank Den Haag Een vennootschap is een dag voor de faillissementszitting geturboliquideerd. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende duidelijk is geworden hoe het vermogen van de vennootschap is vereffend en spreekt toch het faillissement uit. 16-09-2026
- Rechtbank Midden-Nederland De vordering waarvoor aanvullend beslag is gelegd door de curator, is afgewezen. De curator heeft daarom q.q. onrechtmatig gehandeld, maar heeft niet de Maclou-norm geschonden en is dus niet pro se aansprakelijk. De schadevergoedingsvordering wordt (ook q.q.) afgewezen, omdat het causale verband tussen de gestelde schade en het onrechtmatige beslag onvoldoende duidelijk is gemaakt. 16-09-2026
- Rechtbank Rotterdam In het midden kan blijven of summierlijk blijkt van het vorderingsrecht van de aanvrager. De vordering van de aanvrager is weliswaar vastgesteld door de rechtbank, maar tegen het vonnis van de rechtbank is hoger beroep ingesteld. De rechtbank wijst het faillissementsverzoek af omdat niet summierlijk is gebleken dat de schuldenaar in de faillissementstoestand verkeert. Niet is gebleken dat de vorderingen van de aanvrager en medeschuldeiser niet kunnen worden voldaan. Ook heeft de schuldenaar inmiddels een bankgarantie gesteld. 15-09-2026
- Rechtbank Den Haag De rechtbank wijst een faillissementsverzoek af, omdat wordt betwist dat er meer schuldeisers zijn en de kortlopende schulden uit de jaarrekening over 2024 onvoldoende is voor het aannemen van pluraliteit. De rechtbank benoemt ook geen deskundige op grond van artikel 371 lid 4 Fw, omdat dit naar het oordeel van de rechtbank niet mogelijk is buiten een verzoek om aanwijzing van een herstructureringsdeskundige ex artikel 371 lid 1 Fw. 11-09-2026
- Rechtbank Limburg DGA is als middellijk bestuurder persoonlijk aansprakelijk jegens de curator, omdat hij B.V. 5 zonder rechtsgrond € 205.324,21 aan de failliete vennootschap liet onttrekken via verrekening in rekening-courant. 09-09-2026
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Een doorstarter koopt verpande activa uit een faillissementsboedel en gaat zelf failliet. De curator stelt dat de gesepareerde opbrengst en de betalingen aan de pandhouder vóór faillissement in de boedel vallen. Ook houdt zij de bestuurder aansprakelijk en roept zij de pauliana in. 09-09-2026
- Rechtbank Amsterdam ING is niet gehouden om aflossing op lening die ten laste van rekening-courantkrediet is geboekt tijdens WHOA-afkoelingsperiode terug te draaien. De boeking kwalificeert voorshands niet als verhaal in de zin van artikel 376 lid 2 onder a Fw. Van ING kan niet worden verlangd dat zij de ondernemingen doorfinanciert. 08-09-2026
- Rechtbank Noord-Nederland De rechter-commissaris stelt een akkoord op grond van artikel 268a Fw vast als ware het aangenomen. Hoewel de tegenstemmende schuldeisers het overgrote deel van de schuldenlast vertegenwoordigen, hebben zij gelet op hun verwachte uitkering bij vereffening in redelijkheid niet tot weigering van het akkoord kunnen komen. 28-08-2026
- Rechtbank Oost-Brabant Als de erfpachtvorderingen kwalificeren als (voorwaardelijk) bestaande vorderingen, dan valt de erfpachtcanon over 2024 onder het pandrecht van pandhouder. Als de erfpachtvorderingen kwalificeren als toekomstige vorderingen, dan blokkeert het faillissement van pandgever de voltooiing van het pandrecht en valt de erfpachtcanon over het jaar 2024 in de boedel. De curatoren en pandhouder verschillen van mening hierover. De rechtbank concludeert dat er geen eenduidig antwoord kan worden gegeven. 04-03-2026