Naar boven ↑

Update

Nummer 21, 2026
Uitspraken van 2 oktober 2026 tot 15 oktober 2026
Redactie: prof. mr. E.C.H.J. Lokin, mr. H.J. de Kloe, mr. E. Ayerdem, mr. R.J.H. Berghuis, mr. J.O. Bijloo, mr. S.J. van den Boogert, mr. H. Boven, mr. A.D. van Dalen, mr. J. van den Dolder, mr. N. Gamliël, mr. C.M.A. Knoben, mr. I.F.M. Lakwijk, mr. K.C.S. Meekes, mr. A.M.H. Nolte, mr. J.E. van Nuland, mr. W.P.IJ. Overgoor, mr. M. Pinar, mr. B.S. Pronk, mr. dr. S. Renssen, mr. D.R.C. Smit, mr. W.T.N. Vlasveld, mr. J.H.M. van de Wiel en mr. S. Zonneveld.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.

Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.

Hoge Raad 2 oktober 2026, INS 2026-0224
Een vastgoedvennootschap heeft ten gunste van ING een pandrecht gevestigd op onder meer haar vorderingen op een huurder. In de algemene voorwaarden van ING staat dat zij bevoegd is een schikking te treffen met de debiteur van een verpande vordering. Na het faillissement van de vastgoedvennootschap heeft ING zonder instemming van de curator een schikking getroffen met de huurder, omdat de huurder vanwege gebreken aan het bedrijfspand weigerde de volledige achterstallige huur te betalen. De vraag die bij de Hoge Raad voorligt, is of aan een pandhouder met goederenrechtelijke werking de bevoegdheid kan worden toegekend schikkingen te treffen. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet mogelijk is. De wettelijke inningsbevoegdheid van de pandhouder omvat geen bevoegdheid tot kwijtschelding. Partijen kunnen een andersluidend beding wel overeenkomen, maar dit heeft geen goederenrechtelijke werking en houdt dus geen stand in faillissement.

Rechtbank Den Haag 16 september 2026, INS 2026-0227
Een vennootschap is een dag voor de faillissementszitting geturboliquideerd. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende duidelijk is geworden hoe het vermogen van de vennootschap is vereffend en spreekt daarom toch het faillissement uit. De rechtbank overweegt dat onduidelijk is wat met de vaste activa is gebeurd, dat de gestelde verkoop van de (vlottende) activa lastig is te rijmen met de stelling van de vennootschap dat zij nog bezig was opdrachten binnen te halen en dat de gestelde verkoop van de activa en besteding van de opbrengst niet met stukken is onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank is het daarmee voldoende aannemelijk dat er nog baten (kunnen) zijn. Omdat aan de voorwaarden voor faillietverklaring is voldaan, spreekt de rechtbank het faillissement uit.

Rechtbank Amsterdam 8 september 2026, INS 2026-0230
Een aantal vennootschappen heeft onder de WHOA een verzoekschrift ingediend tot afkondiging van een afkoelingsperiode, mede om te voorkomen dat ING een op 1 september 2026 verschuldigde aflossing op een lening incasseert. Een afschrift van het verzoekschrift wordt naar ING gestuurd. Ongeveer tien minuten voordat de rechtbank met terugwerkende kracht een afkoelingsperiode afkondigt, boekt ING de aflossing met rente ten laste van de rekening-courantfaciliteit. Daardoor wordt de kredietlimiet overschreden. De vennootschappen vorderen in kort geding dat ING het geïncasseerde bedrag terugstort en verplicht wordt om de kredietruimte onder de rekening-courantfaciliteit weer beschikbaar te stellen. De rechter wijst de vordering af. Ten eerste was de afkoelingsperiode niet afgekondigd toen ING de aflossing incasseerde. Ten tweede is het de vraag of de incasso kwalificeert als ‘verhaal’ in de zin van artikel 376 lid 2 onder a Fw, omdat de rente en aflossing zijn geboekt ten laste van een rekening-courantfaciliteit zodat de schuld aan ING per saldo gelijk bleef.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates

Hoge Raad

Rechtbank

Centrale Raad van Beroep