Update
Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.
Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.
Hoge Raad 23 januari 2026, INS 2026-0026
Deurwaarderskantoor [A] had opdracht gekregen van het CJIB om vorderingen te innen. Op een gegeven moment heeft [A] die opdracht uitbesteed aan Eendracht Gerechtsdeurwaarders & Credit Management B.V. (‘Eendracht’). Zowel [A] als Eendracht gaat failliet, en in cassatie komt de vraag aan de orde of het bedrag dat op de kwaliteitsrekening van Eendracht staat (ruim € 418.000) toekomt aan [A] als opdrachtgever of aan het CJIB als partij voor wie het bedrag is geïncasseerd. De Hoge Raad overweegt dat artikel 19 Gerechtsdeurwaarderswet een regeling bevat over de kwaliteitsrekening. Het doel van deze regeling is om derden voor wie de deurwaarder tijdelijk gelden onder zich neemt te beschermen tegen ‘deconfitures’. Rechthebbenden op het saldo zijn degenen ten behoeve van wie geldbedragen op de kwaliteitsrekening zijn gestort. Dat hoeven niet de opdrachtgevers te zijn, maar kunnen ook derden zijn. In dit geval zijn de incassowerkzaamheden uitgevoerd voor het CJIB, zodat de bedragen op de kwaliteitsrekening van Eendracht niet toekomen aan (de rechtsopvolger van) [A], maar aan het CJIB.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 januari 2026, INS 2026-0023
Een schuldenaar opent tijdens zijn faillissement een rekening bij de Duitse bank Sparkasse. De curator vordert betaling van de bedragen die vanaf die rekening naar derden zijn overgemaakt. Sparkasse doet een beroep op artikel 31 IVO, maar het hof oordeelt dat dit artikel niet opgaat, omdat de betalingen niet zijn uitgevoerd ten gunste van de schuldenaar. Daarnaast volgt uit jurisprudentie van het Hof van Justitie dat alleen een beroep kan worden gedaan op artikel 31 IVO als de rechtshandeling naar Nederlands recht kan worden tegengeworpen aan de boedel. Dat is niet het geval, omdat de betalingsopdrachten tijdens faillissement zijn gegeven en artikel 52 lid 1 Fw alleen bescherming biedt voor het nakomen van verbintenissen die voor de faillietverklaring zijn ontstaan. Het hof laat het vonnis van de rechtbank, waarin is geoordeeld dat de bank de overgemaakte bedragen aan de curator moet afdragen, in stand.
Rechtbank Midden-Nederland 27 februari 2025, INS 2026-0025
De rechtbank wijst het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode om een WHOA-akkoord voor te bereiden af. Uit de financiële stukken blijkt onvoldoende dat de verzoekster tijdens de afkoelingsperiode aan haar lopende verplichtingen kan voldoen. Ook concludeert de rechtbank dat een rechtmatigheidsonderzoek door een curator in een faillissement in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers. Verzoekster heeft de onderneming overgedragen aan een stichting terwijl nog geen koopprijs is betaald, er is relatief kort voor het verzoek een fors bedrag aan dividend uitgekeerd (ruim € 10 miljoen) en de wettelijke verplichtingen omtrent het vaststellen en deponeren van de jaarrekening zijn niet nagekomen.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.
Met vriendelijke groet,
Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates
Hoge Raad
Hof
Rechtbank
- Rechtbank Oost-Brabant De schulden overtreffen het actief. Daarnaast kan niet worden uitgesloten dat gelden die overgemaakt zijn naar de boedelrekening een criminele herkomst hebben. De rechtbank laat het faillissement in stand. 21-01-2026
- Rechtbank Overijssel De rechtbank veroordeelt een bestuurder tot betaling van het boedeltekort en legt een bestuursverbod op voor de duur van vijf jaar. 14-01-2026
- Rechtbank Noord-Holland Een ondernemer die een WHOA-akkoord voorbereidt, verzoekt een afkoelingsperiode van vier maanden en opheffing van een op zijn inkomensstromen gelegd beslag. De rechtbank wijst het verzoek af, omdat onvoldoende is onderbouwd dat het belang van de gezamenlijke schuldeisers met de verzochte afkoelingsperiode is gediend (art. 376 lid 4 Fw). 24-12-2025
- Rechtbank Midden-Nederland De rechtbank overweegt dat de Provincie een vordering heeft in verband met ingetrokken subsidie. De Provincie heeft aannemelijk gemaakt dat de stichting nog baten heeft, omdat betaling van ruim € 3.000 is aangeboden aan de stichting terwijl dit bedrag niet is betaald, onduidelijk is wat met de subsidie is gebeurd en de bestuurder mogelijk aansprakelijk kan worden gehouden in faillissement. 23-12-2025
- Rechtbank Midden-Nederland De rechtbank wijst het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode af, omdat de WHOA-toestand zich hier niet voordoet en een rechtmatigheidsonderzoek door een faillissementscurator meer in het belang van de gezamenlijke schuldeisers is. 27-02-2025