Naar boven ↑

Update

Nummer 5, 2026
Uitspraken van 20 februari 2026 tot 5 maart 2026
Redactie: prof. mr. E.C.H.J. Lokin, mr. H.J. de Kloe, mr. E. Ayerdem, mr. R.J.H. Berghuis, mr. J.O. Bijloo, mr. S.J. van den Boogert, mr. H. Boven, mr. A.D. van Dalen, mr. J. van den Dolder, mr. N. Gamliël, mr. C.M.A. Knoben, mr. I.F.M. Lakwijk, mr. K.C.S. Meekes, mr. A.M.H. Nolte, mr. J.E. van Nuland, mr. W.P.IJ. Overgoor, mr. M. Pinar, mr. B.S. Pronk, mr. dr. S. Renssen, mr. D.R.C. Smit, mr. W.T.N. Vlasveld, mr. J.H.M. van de Wiel en mr. S. Zonneveld.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.

Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.

Hoge Raad 13 februari 2026, INS 2026-0040
Wordt het salaris van een werknemer dat op grond van artikel 40 lid 2 Fw als boedelschuld kan worden gekwalificeerd niet op tijd betaald, dan is de wettelijke rente daarover ook boedelschuld. Dat geldt ook voor de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW. De wettelijke verhoging is zelfs een preferente boedelschuld op grond van artikel 3:288 aanhef en onder e BW. De rechter heeft de discretionaire bevoegdheid om de wettelijke verhoging te matigen. Het faillissement of de betalingsonmacht van de werkgever kan hiervoor een grond zijn, maar dat is aan de (feiten)rechter. Vanwege het discretionaire karakter van de matigingsbevoegdheid kan de Hoge Raad niet concretiseren wanneer het faillissement of de betalingsonmacht grond is voor matiging.

Gerechtshof Amsterdam 27 januari 2026, INS 2026-0039
De opening van een Kroatische pre-faillissementsprocedure (Predstečajni postupak) heeft geen schorsende werking op in Nederland aanhangige rechtsvorderingen. Op grond van artikel 7 lid 2 onder f en artikel 18 Insolventieverordening is Nederlands recht beslissend voor het antwoord op de vraag welk gevolg de opening van de buitenlandse procedure heeft voor lopende procedures. Artikel 27-29 Fw en artikel 231 Fw leiden naar het oordeel van het hof niet tot schorsing of overname van het geding door een Kroatische insolventiefunctionaris. De reden hiervoor is dat de procedure in Kroatië niet tot gevolg heeft gehad dat de vennootschap het beheer en de beschikking heeft verloren met betrekking tot bij het hof lopende rechtsvorderingen betreffende goederen/rechten die onderdeel zijn van de boedel.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 december 2025, INS 2026-0047
De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het bestuur van de gefailleerde thuiszorginstelling Het Zorgpunt aansprakelijk is voor het boedeltekort. Er is structureel meer zorg gedeclareerd dan feitelijk is geleverd. Dit levert zorgfraude op en kwalificeert als kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in de zin van artikel 2:248 lid 1 BW. Naar aanleiding van de onregelmatigheden had VGZ besloten geen nieuwe overeenkomst te sluiten. Toen het Openbaar Ministerie beslag had gelegd op de bankrekeningen van Het Zorgpunt was het faillissement onvermijdelijk. De rechtbank oordeelt om deze reden dat de zorgfraude en dus het kennelijk onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. De rechtbank wijst een voorschot op het boedeltekort toe van € 400.000. De curator heeft ook een bestuursverbod gevorderd. Omdat een vennootschap waarvan een van de bestuurders ook bestuurder is niet in de gelegenheid is gesteld een zienswijze te geven, houdt de rechtbank de zaak aan om die gelegenheid alsnog te geven.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates

Hoge Raad

Hof

Rechtbank