Naar boven ↑

Update

Nummer 7, 2026
Uitspraken van 20 maart 2026 tot 2 april 2026
Redactie: prof. mr. E.C.H.J. Lokin, mr. H.J. de Kloe, mr. E. Ayerdem, mr. R.J.H. Berghuis, mr. J.O. Bijloo, mr. S.J. van den Boogert, mr. H. Boven, mr. A.D. van Dalen, mr. J. van den Dolder, mr. N. Gamliël, mr. C.M.A. Knoben, mr. I.F.M. Lakwijk, mr. K.C.S. Meekes, mr. A.M.H. Nolte, mr. J.E. van Nuland, mr. W.P.IJ. Overgoor, mr. M. Pinar, mr. B.S. Pronk, mr. dr. S. Renssen, mr. D.R.C. Smit, mr. W.T.N. Vlasveld, mr. J.H.M. van de Wiel en mr. S. Zonneveld.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.

Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.

Hoge Raad 13 maart 2026, INS 2026-0063
De rechter kan aan een op grond van artikel 87 Fw in bewaring gestelde gefailleerde niet de aanvullende beperking opleggen dat hij uitsluitend contact mag hebben met zijn advocaat, de curator en de rechter-commissaris. Zo’n contactbeperking vormt een inmenging in de door artikel 8 EVRM beschermde persoonlijke levenssfeer en vereist daarom een specifieke wettelijke grondslag. Die ontbreekt. Het Hof ’s-Hertogenbosch had dit reeds geoordeeld en na cassatie in het belang der wet wordt dit oordeel bevestigd door de Hoge Raad.

Hoge Raad 13 maart 2026, INS 2026-0071 en INS 2026-0072
In twee uitspraken beantwoordt de Hoge Raad de vraag of bij saldering een uitzondering geldt op artikel 54 Fw. In beide uitspraken ging het om Rabobank die bedragen die waren binnengekomen op een rekening-courant had verrekend terwijl zij niet te goeder trouw was in de zin van artikel 54 Fw. Nadien zijn crediteuren nog betaald vanaf dezelfde rekening-courant. De Hoge Raad oordeelt dat de bank in een dergelijk geval niet mag salderen en het volledige bedrag dat is verrekend vanaf het moment dat de bank niet te goeder trouw was, moet afdragen aan de curator.

Rechtbank Midden-Nederland 24 februari 2026, INS 2026-0069
Twee schuldeisers vragen het faillissement aan van een geturboliquideerde vennootschap. Ter discussie staat slechts of de vennootschap nog baten heeft. Dat aan de (overige) voorwaarden voor de faillietverklaring is voldaan, staat vast. De rechtbank overweegt dat de vennootschap verplicht was op grond van artikel 2:19b Fw stukken te deponeren bij de Kamer van Koophandel, maar dit niet heeft gedaan. Daarom neemt de rechtbank behoudens tegenbewijs aan dat de vennootschap baten heeft. Van het bestaan van baten blijkt ook uit de kolommenbalans, omdat betalingen gedaan zijn aan de bestuurder en de vennootschap van de vader van de bestuurder nadat duidelijk was dat er geen baten meer te verwachten waren. De curator kan deze betalingen mogelijk terugvorderen. De rechtbank spreekt het faillissement uit.

Rechtbank Limburg 24 december 2025, INS 2026-0061. Met wenk
Een bestuurder wordt door een curator aangesproken tot betaling van het faillissementstekort op grond van artikel 2:248 BW wegens schending van de deponeringsplicht. Om het vermoeden te weerleggen dat het faillissement is veroorzaakt door onbehoorlijk bestuur, stelt de bestuurder dat het faillissement is veroorzaakt door ‘simpele marktomstandigheden en pure pech’. De rechtbank oordeelt dat het vermoeden niet concreet en onderbouwd is weerlegd. De bestuurder is ook niet op de zitting verschenen om zijn standpunten toe te lichten. De rechtbank houdt de bestuurder daarom aansprakelijk op grond van artikel 2:248 BW.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates

Hoge Raad

Hof

Rechtbank