Naar boven ↑

Update

Nummer 8, 2026
Uitspraken van 3 april 2026 tot 16 april 2026
Redactie: prof. mr. E.C.H.J. Lokin, mr. H.J. de Kloe, mr. E. Ayerdem, mr. R.J.H. Berghuis, mr. J.O. Bijloo, mr. S.J. van den Boogert, mr. H. Boven, mr. A.D. van Dalen, mr. J. van den Dolder, mr. N. Gamliël, mr. C.M.A. Knoben, mr. I.F.M. Lakwijk, mr. K.C.S. Meekes, mr. A.M.H. Nolte, mr. J.E. van Nuland, mr. W.P.IJ. Overgoor, mr. M. Pinar, mr. B.S. Pronk, mr. dr. S. Renssen, mr. D.R.C. Smit, mr. W.T.N. Vlasveld, mr. J.H.M. van de Wiel en mr. S. Zonneveld.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.

Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2026, INS 2026-0074
De rechtbank had de vordering van een curator op grond van artikel 2:248 BW toegewezen, maar het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de curator af. Voortzetting van een verlieslatende onderneming levert geen kennelijk onbehoorlijk bestuur op, omdat de bestuurder maatregelen nam om het tij te keren. Zo had de bestuurder het pand waarin een speelparadijs werd geëxploiteerd deels (met een privélening en eigen inspanningen) verbouwd tot een wereldrestaurant. Ook heeft hij geprobeerd de onderneming te verkopen. De coronacrisis heeft echter verhinderd dat de inspanningen beloond werden. Het hof overweegt daarnaast dat de verweten gedragingen in de referteperiode bovendien geen belangrijke oorzaak zijn van het faillissement, omdat de vennootschap al ruim daarvoor in zwaar weer verkeerde.

Rechtbank Oost-Brabant 6 maart 2026, INS 2026-0075
De bestuurder van een failliete vennootschap is in verzekerde bewaring gesteld vanwege het niet nakomen van zijn inlichtingen- en medewerkingsplicht. In deze procedure verzoekt hij om opheffing of schorsing hiervan. Naar het oordeel van de rechtbank bestaan er nog steeds gronden voor de inbewaringstelling. De rechtbank ziet wel grond voor schorsing. Aan de schorsing worden diverse voorwaarden verbonden. Naar het oordeel van de rechtbank is er reden voor schorsing, omdat een deel van de benodigde informatie wel is verstrekt, terwijl de curator daar, aldus de rechtbank, onvoldoende mee aan de slag is gegaan: hij heeft de bestuurder niet regelmatig verhoord en de verstrekte informatie onvoldoende geverifieerd. De bestuurder heeft verder gemotiveerd uitgelegd waarom hij beter aan zijn verplichtingen kan voldoen als hij niet meer in bewaring is gesteld.

Rechtbank Rotterdam 12 februari 2026, INS 2026-0080. Met wenk
De rechtbank heeft het faillissement van een natuurlijke persoon uitgesproken, waarop de schuldenaar verzet heeft ingesteld. De curator heeft twee voertuigen van de schuldenaar verkocht. De schuldenaar heeft met de aanvragers van het faillissement een betalingsregeling getroffen, die inhoudt dat uit het boedelactief (dat mede bestaat uit de opbrengst van de verkochte voertuigen) een bedrag van € 14.000 ineens wordt betaald. Daarna wordt drie maanden € 1.500 per maand betaald, waarna nadere afspraken moeten worden gemaakt. De rechtbank vernietigt het faillissement naar aanleiding van het verzet van de schuldenaar, omdat de aanvragers van het faillissement hun verzoek niet handhaven. In de wenk wordt aandacht besteed aan het door de curator in de procedure ingenomen standpunt dat beslagen die gelegd waren op de verkochte voertuigen zouden herleven na vernietiging van het faillissement.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates

Hof

Rechtbank