Update
Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.
Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2026, INS 2026-0074
De rechtbank had de vordering van een curator op grond van artikel 2:248 BW toegewezen, maar het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de curator af. Voortzetting van een verlieslatende onderneming levert geen kennelijk onbehoorlijk bestuur op, omdat de bestuurder maatregelen nam om het tij te keren. Zo had de bestuurder het pand waarin een speelparadijs werd geëxploiteerd deels (met een privélening en eigen inspanningen) verbouwd tot een wereldrestaurant. Ook heeft hij geprobeerd de onderneming te verkopen. De coronacrisis heeft echter verhinderd dat de inspanningen beloond werden. Het hof overweegt daarnaast dat de verweten gedragingen in de referteperiode bovendien geen belangrijke oorzaak zijn van het faillissement, omdat de vennootschap al ruim daarvoor in zwaar weer verkeerde.
Rechtbank Oost-Brabant 6 maart 2026, INS 2026-0075
De bestuurder van een failliete vennootschap is in verzekerde bewaring gesteld vanwege het niet nakomen van zijn inlichtingen- en medewerkingsplicht. In deze procedure verzoekt hij om opheffing of schorsing hiervan. Naar het oordeel van de rechtbank bestaan er nog steeds gronden voor de inbewaringstelling. De rechtbank ziet wel grond voor schorsing. Aan de schorsing worden diverse voorwaarden verbonden. Naar het oordeel van de rechtbank is er reden voor schorsing, omdat een deel van de benodigde informatie wel is verstrekt, terwijl de curator daar, aldus de rechtbank, onvoldoende mee aan de slag is gegaan: hij heeft de bestuurder niet regelmatig verhoord en de verstrekte informatie onvoldoende geverifieerd. De bestuurder heeft verder gemotiveerd uitgelegd waarom hij beter aan zijn verplichtingen kan voldoen als hij niet meer in bewaring is gesteld.
Rechtbank Rotterdam 12 februari 2026, INS 2026-0080. Met wenk
De rechtbank heeft het faillissement van een natuurlijke persoon uitgesproken, waarop de schuldenaar verzet heeft ingesteld. De curator heeft twee voertuigen van de schuldenaar verkocht. De schuldenaar heeft met de aanvragers van het faillissement een betalingsregeling getroffen, die inhoudt dat uit het boedelactief (dat mede bestaat uit de opbrengst van de verkochte voertuigen) een bedrag van € 14.000 ineens wordt betaald. Daarna wordt drie maanden € 1.500 per maand betaald, waarna nadere afspraken moeten worden gemaakt. De rechtbank vernietigt het faillissement naar aanleiding van het verzet van de schuldenaar, omdat de aanvragers van het faillissement hun verzoek niet handhaven. In de wenk wordt aandacht besteed aan het door de curator in de procedure ingenomen standpunt dat beslagen die gelegd waren op de verkochte voertuigen zouden herleven na vernietiging van het faillissement.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.
Met vriendelijke groet,
Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates
Hof
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Het Hof ’s-Hertogenbosch heeft uitspraak gedaan in een kort geding over de schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van vonnissen inzake bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. In de bodemprocedure waren de (indirect) bestuurders op grond van artikel 2:248 BW hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het faillissementstekort, met betaling van een voorschot van € 2.000.000 op het faillissementstekort. Het hof schort de uitvoerbaarheid bij voorraad van de vonnissen niet op, en staat verdere executie door de curator toe. 07-04-2026
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Het hof wijst de vorderingen van de curator af. Voortzetting van een verlieslatende onderneming levert geen kennelijk onbehoorlijk bestuur op, omdat de bestuurder maatregelen nam om het tij te keren. De verweten gedragingen in de referteperiode zijn bovendien geen belangrijke oorzaak van het faillissement, omdat de vennootschap al ruim daarvoor in zwaar weer verkeerde. 24-03-2026
- Gerechtshof Amsterdam Naar het oordeel van het hof is summierlijk gebleken van het vorderingsrecht van de aanvrager, nu de schuldenaar, een natuurlijke persoon, zich heeft verbonden voor een schuld van een door hem bestuurde vennootschap. Daarnaast blijven andere schulden onbetaald, waaronder een schuld aan het Ministerie van SZW en een schuld aan de curator wegens bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW in het faillissement van de vennootschap waarvan de schuldenaar bestuurder was. Omdat de schulden niet betaald kunnen worden, laat het hof het faillissement in stand. 17-02-2026
Rechtbank
- Rechtbank Amsterdam Uit de jaarrekening blijkt dat de schuldenaar eind 2022 forse schulden had. Deze schulden zijn per 31 december 2023 op nihil gewaardeerd, maar de schuldenaar heeft onvoldoende onderbouwd dat deze schulden daadwerkelijk niet meer bestaan. 20-03-2026
- Rechtbank Amsterdam De curator heeft in overleg met de bank verhypothekeerde zaken onderhands verkocht. De borgen vinden dat de bank heeft gehandeld in strijd met haar zorgplicht door zich niet in te spannen voor een zo hoog mogelijke opbrengst. 18-03-2026
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant De rechtbank Zeeland‑West‑Brabant oordeelt dat het bestuur en de feitelijk beleidsbepaler van MBMO Groep B.V. kennelijk onbehoorlijk hebben bestuurd, dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is en dat zij daarom aansprakelijk zijn voor het boedeltekort. De rechtbank legt daarnaast een bestuursverbod op voor de (maximale) duur van vijf jaar. 18-03-2026
- Rechtbank Rotterdam De Poolse deurwaarder heeft als ontvangende instantie in de zin van de Betekeningsverordening laten weten dat ‘formulier K’ niet tijdig kan worden teruggestuurd, omdat het faillissementsverzoek met aanzegging niet is ontvangen. Daar komt bij dat formulier K wordt gebruikt als de betekening niet heeft plaatsgevonden. De rechtbank wijst het faillissementsverzoek daarom af. 11-03-2026
- Rechtbank Oost-Brabant Hoewel er nog steeds gronden bestaan voor inbewaringstelling, schorst de rechtbank de inbewaringstelling. Aan de schorsing worden diverse voorwaarden verbonden. Er is reden voor schorsing, omdat een deel van de benodigde informatie wel is verstrekt, terwijl de curator daar, aldus de rechtbank, onvoldoende mee aan de slag is gegaan: hij heeft de bestuurder niet regelmatig verhoord en de verstrekte informatie onvoldoende geverifieerd. De bestuurder heeft verder gemotiveerd uitgelegd waarom hij beter aan zijn verplichtingen kan voldoen als hij niet meer in bewaring is gesteld. 06-03-2026
- Rechtbank Rotterdam De curator heeft twee voertuigen van de schuldenaar verkocht. De schuldenaar heeft met de aanvragers van het faillissement een betalingsregeling getroffen, die inhoudt dat uit het boedelactief een bedrag van € 14.000 ineens wordt betaald. Daarna wordt drie maanden € 1.500 per maand betaald, waarna nadere afspraken moeten worden gemaakt. De rechtbank vernietigt het faillissement naar aanleiding van het verzet van de schuldenaar, omdat de aanvragers van het faillissement hun verzoek niet handhaven. 12-02-2026
- Rechtbank Rotterdam Verzoek om voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen om duidelijkheid te verkrijgen over een vermeend gesprek tussen het Team Insolventie van de rechtbank Den Haag en een advocaat. 10-02-2026