Naar boven ↑

Update

Nummer 9, 2026
Uitspraken van 17 april 2026 tot 30 april 2026
Redactie: prof. mr. E.C.H.J. Lokin, mr. H.J. de Kloe, mr. E. Ayerdem, mr. R.J.H. Berghuis, mr. J.O. Bijloo, mr. S.J. van den Boogert, mr. H. Boven, mr. A.D. van Dalen, mr. J. van den Dolder, mr. N. Gamliël, mr. C.M.A. Knoben, mr. I.F.M. Lakwijk, mr. K.C.S. Meekes, mr. A.M.H. Nolte, mr. J.E. van Nuland, mr. W.P.IJ. Overgoor, mr. M. Pinar, mr. B.S. Pronk, mr. dr. S. Renssen, mr. D.R.C. Smit, mr. W.T.N. Vlasveld, mr. J.H.M. van de Wiel en mr. S. Zonneveld.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe INS Update aan. Zie ook onze site met een overzichtelijke database per onderwerp van alle relevante rechtspraak: www.ins-updates.nl.

Rechtspraak
Hierbij ontvangt u de voor u geselecteerde jurisprudentie. Graag wijs ik u in het bijzonder op de volgende uitspraken.

Hoge Raad 17 april 2026, INS 2026-0088
De gefailleerde en een schuldeiser hebben geklaagd dat de rechtbank hen voorafgaand aan het nemen van een salarisbeschikking had moeten horen. De klacht is gestoeld op artikel 27 lid 4 Richtlijn (EU) 2019/10231 (betreffende herstructurering en insolventie), die EU-lidstaten ertoe verplicht te zorgen voor geschikte procedures over ‘eventuele geschillen’ over de vergoeding van de deskundige. In lijn met en onder verwijzing naar de conclusie van de A-G oordeelt de Hoge Raad dat de richtlijn niet de bedoeling of strekking heeft om de lidstaten een procedure in het leven te laten roepen over de vergoeding van de deskundige (waaronder de faillissementscurator) waarin de gefailleerde en de schuldeisers moeten worden gehoord, in het geval dat een dergelijk procedure naar nationaal recht niet bestaat. De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep.

Gerechtshof Amsterdam 14 april 2026, INS 2026-0087
In deze procedure oordeelt het hof over de rol van de bestuurders en aandeelhouder bij de doorstart van de failliete FNG-modeketens (waaronder Miss Etam) in 2020. De curator van een aantal personeelsvennootschappen heeft de aandeelhouder en de (directe en indirecte) bestuurders aansprakelijk gesteld. Het hof oordeelt dat de moedermaatschappij en bestuurders aansprakelijk zijn voor het opzetten van een risicovolle concernstructuur. Als kosten worden gemaakt in personeelsvennootschappen terwijl de opbrengsten worden genoten in andere rechtspersonen, is het van belang dat de kosten worden doorbelast aan de rechtspersonen die profiteren van de inzet van het personeel. Dat is hier ten onrechte niet gedaan.

Rechtbank Oost-Brabant 3 april 2026, INS 2026-0084. Met wenk
Een curator en een rechter-commissaris verzoeken om verlenging van de schorsing van een inbewaringstelling van de bestuurder van een failliete vennootschap, terwijl de bestuurder op zijn beurt juist had verzocht om opheffing van het bevel. De rechtbank overweegt dat de bestuurder zich heeft gehouden aan de schorsingsvoorwaarden, zich actief heeft opgesteld en heeft bijgedragen aan relevante informatievergaring. Dat zijn inspanningen nog niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd, is volgens de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat hij zijn wettelijke verplichtingen als bedoeld in artikel 87 lid1 Fw onvoldoende is nagekomen. Ook ontbreken feiten die de vrees rechtvaardigden dat hij na opheffing van het bevel niet zal meewerken. De rechtbank heft daarom het bevel op en wijst het verzoek tot verlenging van de schorsing af.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Erik de Kloe
Hoofdredacteur INS Updates

Hoge Raad

Hof

Rechtbank