Bestuurdersaansprakelijkheid: schending van administratieplicht en bestuursverbod
De rechtbank oordeelt dat de bestuurder van de gefailleerde vennootschap kennelijk onbehoorlijk bestuur heeft gevoerd door schending van de wettelijke administratie- en deponeringsplicht. Het wettelijke vermoeden dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is, wordt niet weerlegd. De indirecte bestuurder en Gewoon Doen!, de directe bestuurder, worden daarom hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor het volledige faillissementstekort. Daarnaast worden de rekening-courantschuld, een voorschot van € 500.000 en een bestuursverbod van vijf jaar toegewezen.
Rechtbank Gelderland (Locatie Zutphen), 28-01-2026