Vader en zoon zijn aansprakelijk voor het faillissementstekort en krijgen een bestuursverbod opgelegd
Dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur wordt erkend, maar de bestuurders menen dat de arbeidsongeschiktheid van de vader een andere belangrijke oorzaak is van het faillissement. De rechtbank gaat hier niet in mee. In haar oordeel betrekt de rechtbank onder meer dat er geen adequate maatregelen zijn genomen om het wegvallen van vader op te vangen, dat al voor het uitvallen van vader belastingen stelselmatig niet werden betaald en dat vader en zoon grote bedragen onttrokken aan de bv zonder dat daarvoor zakelijke gronden waren.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 10-06-2026